OPLEIDING SCHERMVLIEGEN BIJ PTN

START AAN DE LIER IN NISTELRODE

Als je een opleiding schermvliegen (paragliden, parapenten) wilt doen moet je minimaal 14 jaar zijn. Verder moet je lichamelijk en geestelijk gezond zijn en een goede basisconditie hebben.
Je begint met grondoefeningen; dat wil zeggen dat je op de grond leert om het scherm te beheersen en zodoende ook de vlieguitrusting leert kennen. Uiteraard hebben we bij de club een geschikte vlieguitrusting waar je tijdens je opleiding gebruik van maakt. Je gaat met een instructeur mee de lucht in voor de eerste instructievluchten. Ben je er helemaal klaar voor dan ga je, onder radiobegeleiding van een instructeur, je eerste solo vluchten maken. Allemaal in het tempo dat bij jou past.

Voor het liervliegen kun je drie brevetten behalen die hieronder worden beschreven.

BREVET LIER 1

Brevet 1 geeft je het recht om solo te vliegen onder begeleiding van een instructeur. Voor het brevet 1 is vereist dat je minimaal 15 vluchten solo hebt gevlogen en dat je een aantal start- en landingsoefeningen hebt gedaan. Uiteraard heb je ook voldoende theoretische kennis opgedaan over het vliegen, meteorologie en het gebruikte materiaal. Het theorie-examen wordt afgenomen door een instructeur van onze opleiding.

BREVET LIER 2

Brevet 2 geeft je het recht om zelfstandig solo te vliegen. Voor brevet 2 is vereist dat je minimaal 40 vluchten solo hebt gevlogen waarvan minmaal 2 bij een andere school. Daarnaast heb je een aantal bijzondere taken uitgevoerd tijdens het vliegen. Deze taken hebben als doel je voor te bereiden op onvoorziene situaties die tijdens het vliegen kunnen ontstaan. Voor brevet 2 is meer theoretische kennis vereist en dus is dit ook onderdeel van de opleiding tot brevet 2. Het theorie-examen wordt landelijk afgenomen door de KNVvL (Koninklijke Nederlandse Vereniging voor de Luchtvaart). Om deel te nemen aan dit examen dien je lid te zijn van de KNVvL.

BREVET LIER 3

Brevet 3 bereik je als je in totaal 100 overlandvluchten en diverse gevorderde vliegoefeningen aantoonbaar beheerst. Overlandvluchten zijn vluchten waarbij je op een andere plaats landt dan van waar je gestart bent. In de praktijk betekent dat, dat je met behulp van thermiek een langere vlucht maakt en ver buiten het vliegterrein weer landt. Daarvoor is het natuurlijk belangrijk dat je kennis hebt de luchtvaartregels en navigatie. Je dient daarom ook hiervoor bij de KNVvL een theoretisch examen af te leggen.

VERVOLGOPLEIDINGEN

Is dit alles nog niet genoeg voor je dan kun je nog een opleiding volgen tot tandemvlieger, lierist en (hulp)instructeur. Daarnaast bestaat er de mogelijkheid je te bekwamen in het wedstrijdvliegen.